Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

1. 
2. 
3. 
4. 
 
Klimaatscenario's
Veelgestelde vragen
Over KNMI'14-scenario's
De KNMI'14-klimaatscenario's zijn samengesteld op basis van de meest recente resultaten van klimaatonderzoek en wensen van gebruikers. Ze zijn geactualiseerd ten opzichte van de scenario's uit 2006 (de KNMI'06-scenario's). De KNMI-klimaatscenario's zijn een vertaling van de mondiale IPCC klimaatprojecties naar Nederland en kennen daardoor een vergelijkbare updatecyclus van circa eens per zes jaar.
De KNMI'14-klimaatscenario's geven de hoekpunten waarbinnen klimaatverandering in Nederland zich waarschijnlijk zal voltrekken.
Veelgestelde vragen:
1.  Waarom nu nieuwe klimaatscenario's ?
2.  Hoe zijn de KNMI'14-scenario's gemaakt?
3.  Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen KNMI'14 en KNMI'06?
4.  Welke aanvullende informatie leveren de KNMI'14-scenario's ten opzichte van de KNMI'06-scenario's?
5.  Zijn er regionale verschillen in verandering van neerslag en temperatuur (zoals het kusteffect)?
6.  Is er informatie over de verandering van het optreden van hagel en onweer?
7.  Wat zijn de belangrijkste factoren die klimaatverandering in Nederland bepalen (de stuurvariabelen van de KNMI'14-scenario's)?

1. De wereldwijde temperatuurstijging. In de scenario's is onderscheid gemaakt tussen: de G-scenario's (G = Gematigd) waarin de wereldwijde temperatuurstijging 1 °C is in 2050 en 1,5 °C in 2085 (ten opzichte van 1981-2010); in de W-scenario's (W = Warm) is de stijging 2 °C in 2050 en 3,5 °C in 2085 (ten opzichte van 1981-2010).

2. De verandering van het luchtstromingspatroon. In de scenario's is onderscheid gemaakt tussen lage of L-scenario's (GL en WL), waarin de invloed van deze verandering klein is, en hoge of H-scenario's (GH en WH) waarin de invloed groot is. In de H-scenario's waait het in de winter vaker uit het westen. Ten opzichte van de L-scenario's betekent dit een zachter en natter weertype. In de H-scenario's hebben hogedrukgebieden in de zomer een grotere invloed op het weer. Vergeleken met de L-scenario's zorgen ze voor meer oostenwinden, die in Nederland warmer en droger weer met zich meebrengen.

8.  Welke factoren zijn niet in de scenario's meegenomen?
9.  Wat zijn gemeten trends in waarnemingen?
10.  Hoe goed worden trends in waarnemingen door klimaatmodellen weergegeven?