Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut; Ministerie van Verkeer en Waterstaat

 
KNMI Klimaatscenario's
KNMI'06: Temperatuur
12-01-2009

(foto: G. Lenderink) Op deze pagina worden een aantal temperatuur-gegevens per scenario gepresenteerd. De gegevens zijn ook bedoeld als een indicatie van het type gegevens dat nu en in de toekomst geleverd kan worden.

De schattingen van o.a. het aantal dagen met een bepaalde temperatuur rond 2050 en 2100 op deze pagina zijn gemaakt op basis van getransformeerde tijdreeksen van de periode 1976-2005. Hoe deze transformatie is uitgevoerd wordt uitgelegd in het wetenschappelijke document (zie "Achtergrondinformatie"). Het transformeren van historische tijdreeksen is slechts 1 manier om gegevens voor de toekomst te verkrijgen. De volgorde van temperatuurwisselingen, jaar-op-jaar variaties, etc. in de getransformeerde tijdreeksen wordt sterk bepaald door wat er in het verleden is gebeurd.

Trends in winter- en zomertemperaturen
De vier scenario's laten een opwarming zien rond 2050 varierend van 0,9°C tot 2,3°C in de winter en van 0,9°C tot 2,8°C in de zomer ten opzichte van het basisjaar 1990 (gemiddelde tussen 1976 en 2005; figuren 1 en 2).
Fig.1 Wintertemperatuur (december-februari) in De Bilt tussen 1900 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
 Wintertemperatuur (december-februari) in De Bilt tussen 1900 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.

Fig.2 Zomertemperatuur (juni-augustus) in De Bilt tussen 1900 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.
 Zomertemperatuur (juni-augustus)  in De Bilt tussen 1900 en 2005, en de vier klimaatscenario's voor 2050 (gekleurde lijnen). De dikke zwarte lijn volgt een voortschrijdend 30-jaar gemiddelde in de waarnemingen. De grijze band illustreert de jaar-op-jaar variatie die is afgeleid uit de waarnemingen.

De waargenomen temperatuurstijging tussen 1990 en 2005 is naar verhouding groot en bedraagt minimaal 0,5°C. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat de scenario's voor 2050 te conservatief zijn. In de waargenomen temperatuurstijging spelen ook de natuurlijke schommelingen een grote rol. Doordat die natuurlijke schommelingen zullen blijven voorkomen is het goed mogelijk dat er in de komende decennia tijdelijk een periode van relatief koel weer zal volgen.

Aantal dagen met een temperatuur hoger of lager dan......
In figuur 3 en de onderstaande tabellen worden indicaties gegeven van het aantal ijsdagen, vorstdagen, warme dagen, zomerse dagen en tropische dagen (2020: tabel 1 t/m 5; 2050: tabel 6 t/m 10; 2100: tabel 11 t/m 15). Het "aantal dagen met ..." is bepaald met behulp van getransformeerde tijdreeksen.
Fig.3 Waargenomen gemiddeld aantal zomerse dagen (maximum temperatuur >= 25°C) per jaar voor 1971-2000, en voor vier plaatsen in Nederland de klimaatscenario's voor 2050. De verschillen in het aantal zomerse dagen tussen de vier plaatsen worden veroorzaakt door verschillen in het huidige klimaat.
Waargenomen gemiddeld aantal zomerse dagen (maximum temperatuur >= 25°C) per jaar voor 1971-2000, en voor vier plaatsen in Nederland de klimaatscenario's voor 2050. De verschillen in het aantal zomerse dagen tussen de vier plaatsen worden veroorzaakt door verschillen in het huidige klimaat.

Tabel 1. Gemiddeld aantal ijsdagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
IJsdagen
(max. temperatuur <0°C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 9 7 6 6 5
De Bilt 9 7 6 6 5
Eelde 13 11 10 9 8
Vlissingen 5 4 4 3 3
Eindhoven 9 7 6 5 4
Maastricht 11 9 8 7 6
Tabel 2. Gemiddeld aantal vorstdagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Vorstdagen
(min. temperatuur <0°C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 41 34 33 30 27
De Bilt 59 52 50 45 41
Eelde 69 60 58 53 48
Vlissingen 25 21 20 18 15
Eindhoven 62 54 52 48 44
Maastricht 58 51 49 44 40
Tabel 3. Gemiddeld aantal warme dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Warme dagen
(max. temperatuur >=20°C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 44 51 56 58 68
De Bilt 80 87 92 96 103
Eelde 70 77 82 86 94
Vlissingen 61 67 73 76 86
Eindhoven 89 96 101 105 112
Maastricht 86 93 97 102 108
Tabel 4. Gemiddeld aantal zomerse dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Zomerse dagen
(max. temperatuur >=25°C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 8 9 11 11 14
De Bilt 24 28 30 31 36
Eelde 21 24 26 27 32
Vlissingen 15 17 18 19 23
Eindhoven 30 34 36 38 42
Maastricht 29 33 35 37 42
Tabel 5. Gemiddeld aantal tropische dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2020, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Tropische dagen
(max. temperatuur >=30°C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 1 1 1 1 2
De Bilt 4 5 6 7 9
Eelde 4 4 5 6 8
Vlissingen 1 2 2 2 4
Eindhoven 5 7 8 8 11
Maastricht 5 7 8 8 11
Tabel 6. Gemiddeld aantal ijsdagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
IJsdagen
(max. temperatuur <0°C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 9 6 5 4 2
De Bilt 9 6 5 4 3
Eelde 13 9 8 6 4
Vlissingen 5 3 3 2 1
Eindhoven 9 5 4 3 2
Maastricht 11 7 6 5 3
Tabel 7. Gemiddeld aantal vorstdagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Vorstdagen
(min. temperatuur <0°C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 41 30 27 22 17
De Bilt 59 45 41 33 27
Eelde 69 53 48 40 34
Vlissingen 25 18 15 13 9
Eindhoven 62 48 44 36 29
Maastricht 58 44 40 33 27
Tabel 8. Gemiddeld aantal warme dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Warme dagen
(max. temperatuur >=20°C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 44 58 68 76 96
De Bilt 80 96 103 111 126
Eelde 70 86 94 101 115
Vlissingen 61 76 86 95 112
Eindhoven 89 105 112 121 133
Maastricht 86 102 108 116 128
Tabel 9. Gemiddeld aantal zomerse dagenper jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Zomerse dagen
(max. temperatuur >=25°C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 8 11 14 16 25
De Bilt 24 31 36 39 50
Eelde 21 27 32 34 44
Vlissingen 15 19 23 25 35
Eindhoven 30 38 42 46 58
Maastricht 29 37 42 45 57
Tabel 10. Gemiddeld aantal tropische dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2050, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Tropische dagen
(max. temperatuur >=30°C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 1 1 2 2 5
De Bilt 4 7 9 10 15
Eelde 4 6 8 8 13
Vlissingen 1 2 4 4 9
Eindhoven 5 8 11 12 19
Maastricht 5 8 11 12 18
Tabel 11. Gemiddeld aantal ijsdagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
IJsdagen
(max. temperatuur <0°C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 9 4 2 1 0
De Bilt 9 4 3 2 1
Eelde 13 6 4 2 1
Vlissingen 5 2 1 1 0
Eindhoven 9 3 2 1 1
Maastricht 11 5 3 2 1
Tabel 12. Gemiddeld aantal vorstdagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Vorstdagen
(min. temperatuur <0°C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 41 22 17 11 6
De Bilt 59 33 27 18 11
Eelde 69 40 34 24 16
Vlissingen 25 13 9 6 3
Eindhoven 62 36 29 19 11
Maastricht 58 33 27 18 11
Tabel 13. Gemiddeld aantal warme dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Warme dagen
(max. temperatuur >=20°C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 44 76 96 115 144
De Bilt 80 111 126 143 166
Eelde 70 101 115 133 157
Vlissingen 61 95 112 130 155
Eindhoven 89 121 133 149 171
Maastricht 86 116 128 144 167
Tabel 14. Gemiddeld aantal zomerse dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Zomerse dagen
(max. temperatuur >=25°C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 8 16 25 29 56
De Bilt 24 39 50 57 87
Eelde 21 34 44 51 79
Vlissingen 15 25 35 41 70
Eindhoven 30 46 58 67 95
Maastricht 29 45 57 65 92
Tabel 15. Gemiddeld aantal tropische dagen per jaar in de referentieperiode 1976-2005 en een indicatie van het aantal dagen in de vier klimaatscenario's rond 2100, op basis van getransformeerde tijdreeksen.
Tropische dagen
(max. temperatuur >=30°C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 1 2 5 6 15
De Bilt 4 10 15 17 33
Eelde 4 8 13 15 29
Vlissingen 1 4 9 10 23
Eindhoven 5 12 19 21 39
Maastricht 5 12 18 22 39

Gemiddelde temperaturen per jaar en per seizoen
Onderstaande tabellen geven een overzicht van gemiddelde seizoenstemperaturen (2020: tabel 16 t/m 18; 2050: tabel 19 t/m 21; 2100: tabel 22 t/m 24). Ook deze seizoenstemperaturen zijn bepaald met behulp van getransformeerde tijdreeksen. Verder onderzoek naar de klimaatveranderingen in herfst en lente is nog nodig.
Tabel 16. Overzicht van gemiddelde jaartemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2020, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde jaartemperatuur (°C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 9,8 10,3 10,5 10,8 11,1
De Bilt 10,0 10,4 10,6 10,9 11,3
Eelde 9,2 9,6 9,8 10,1 10,5
Vlissingen 10,6 11,1 11,3 11,5 11,9
Eindhoven 10,1 10,6 10,8 11,0 11,4
Maastricht 10,1 10,5 10,7 11,0 11,4
Tabel 17. Overzicht van gemiddelde wintertemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2020, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde wintertemperatuur
(DJF, °C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 3,6 4,0 4,2 4,5 4,7
De Bilt 3,2 3,7 3,8 4,2 4,4
Eelde 2,4 2,8 2,9 3,3 3,5
Vlissingen 4,2 4,6 4,8 5,1 5,4
Eindhoven 3,2 3,7 3,8 4,2 4,4
Maastricht 3,0 3,5 3,6 4,0 4,2
Tabel 18. Overzicht van gemiddelde zomertemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2020, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde zomertemperatuur
(JJA, °C)
1976-2005 G
2020
G+
2020
W
2020
W+
2020
De Kooy 16,1 16,6 16,9 17,1 17,6
De Bilt 16,8 17,2 17,5 17,7 18,3
Eelde 16,0 16,5 16,7 16,9 17,5
Vlissingen 17,0 17,5 17,8 18,0 18,5
Eindhoven 17,1 17,5 17,8 18,0 18,6
Maastricht 17,2 17,7 18,0 18,2 18,7
Tabel 19. Overzicht van gemiddelde jaartemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2050, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde jaartemperatuur (°C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 9,8 10,8 11,1 11,7 12,5
De Bilt 10,0 10,9 11,3 11,8 12,6
Eelde 9,2 10,1 10,5 11,0 11,8
Vlissingen 10,6 11,5 11,9 12,4 13,2
Eindhoven 10,1 11,0 11,4 11,9 12,7
Maastricht 10,1 11,0 11,4 11,9 12,7
Tabel 20. Overzicht van gemiddelde wintertemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2050, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde wintertemperatuur
(DJF, °C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 3,6 4,5 4,7 5,4 5,9
De Bilt 3,2 4,2 4,4 5,1 5,6
Eelde 2,4 3,3 3,5 4,2 4,7
Vlissingen 4,2 5,1 5,4 6,0 6,5
Eindhoven 3,2 4,2 4,4 5,1 5,6
Maastricht 3,0 4,0 4,2 4,9 5,4
Tabel 21. Overzicht van gemiddelde zomertemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2050, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde zomertemperatuur
(JJA, °C)
1976-2005 G
2050
G+
2050
W
2050
W+
2050
De Kooy 16,1 17,1 17,6 18,0 19,1
De Bilt 16,8 17,7 18,3 18,6 19,7
Eelde 16,0 16,9 17,5 17,8 18,9
Vlissingen 17,0 18,0 18,5 18,9 20,0
Eindhoven 17,1 18,0 18,6 18,9 20,0
Maastricht 17,2 18,2 18,7 19,1 20,2
Tabel 22. Overzicht van gemiddelde jaartemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2100, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde jaartemperatuur (°C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 9,8 11,7 12,5 13,5 15,1
De Bilt 10,0 11,8 12,6 13,6 15,2
Eelde 9,2 11,0 11,8 12,8 14,4
Vlissingen 10,6 12,4 13,2 14,3 15,8
Eindhoven 10,1 11,9 12,7 13,8 15,4
Maastricht 10,1 11,9 12,7 13,7 15,3
Tabel 23. Overzicht van gemiddelde wintertemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2100, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde wintertemperatuur
(DJF, °C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 3,6 5,4 5,9 7,2 8,2
De Bilt 3,2 5,1 5,6 6,9 7,9
Eelde 2,4 4,2 4,7 6,0 7,0
Vlissingen 4,2 6,0 6,5 7,8 8,8
Eindhoven 3,2 5,1 5,6 6,9 7,9
Maastricht 3,0 4,9 5,4 6,7 7,7
Tabel 24. Overzicht van gemiddelde zomertemperaturen in de referentieperiode 1976-2001 en een indicatie van de temperaturen in de vier klimaatscenario's in 2100, gebaseerd op getransformeerde tijdreeksen.
Gemiddelde zomertemperatuur
(JJA, °C)
1976-2005 G
2100
G+
2100
W
2100
W+
2100
De Kooy 16,1 18,0 19,1 19,8 22,0
De Bilt 16,8 18,6 19,7 20,4 22,6
Eelde 16,0 17,8 18,9 19,7 21,8
Vlissingen 17,0 18,9 20,0 20,7 22,9
Eindhoven 17,1 18,9 20,0 20,7 22,9
Maastricht 17,2 19,1 20,2 20,9 23,1
Tijdreeksen met dagwaarden
Op basis van de 4 KNMI'06 klimaatscenario's heeft het KNMI tijdreeksen over de periode 1976-2005 getransformeerd in tijdreeksen voor rond 2050 en 2100. De gevolgde methode is toegelicht onder "Achtergrond informatie".

Enkele aandachtspunten bij het gebruik van deze tijdreeksen:

  • het transformeren van historische tijdreeksen is slechts 1 manier om tijdreeksen voor de toekomst te verkrijgen. De volgorde van temperatuurwisselingen, jaar-op-jaar variaties, etc. in de getransformeerde tijdreeksen wordt sterk bepaald door wat er in het verleden is gebeurd. Dit betekent o.a. dat een schatting van het aantal hittegolven (5 dagen achtereen met minimaal 25°C, waarvan 3 dagen met minimaal 30°C) op basis van deze getransformeerde tijdreeksen aanzienlijk andere resultaten kan geven dan schattingen op basis van bijv. resultaten van regionale klimaatmodellen;
  • de getransformeerde tijdreeksen geven geen voorspellingen wat in een bepaald toekomstig jaar de temperatuur zal zijn. In de toekomst kan de volgorde van "jaren" in de getransformeerde tijdreeksen anders zijn, maar ook de variatie binnen jaren.

Hier kunt u doorklikken naar de webpagina voor transformatie van historische tijdreeksen naar tijdreeksen passend bij de verschillende KNMI'06 scenario's en verschillende tijdshorizonten.